Genade en vrede

Bethel

Genade zij u en vrede, van Hem die is en die was en die komt, en van de zeven Geesten, die voor zijn troon zijn, en van Jezus Christus, die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde, hem die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in zijn bloed. (Openbaring 1,4-6)

‘Wees niet bang’ horen wij een engel tegen de vrouwen zeggen die bij het lege graf aankomen en op hun benen staan te trillen vanwege de aardbeving en de engelenverschijning.

‘Wees niet bang’, dat zijn ook de woorden die Jezus sprak, toen Hij dezelfde vrouwen ontmoette op hun terugweg.

Bij de woorden ‘Wees niet bang’ moet ik denken aan wat er onlangs is gebeurd in Londen: de zoveelste aanslag die uit het niets komt. Zo loop je op een brug en dan rijdt er een auto op je af. Je kunt nergens heen. Zulke aanslagen maken je bang.

‘Wees niet bang’ kan ik zeggen, want de kans dat u of ik omkomen bij een dergelijke aanslag is vele malen kleiner dan de kans om de lotto te winnen. Ik weet alleen niet of dat echt een troost is. Nee, bij nader inzien zegt me dat niets. Statistiek is een nuttig iets, maar biedt geen echte troost. Die vrouw op de brug in Westminster is geen abstractie, maar een mens als u en ik. Haar leven is voorbij, zomaar. Dat kan ons ook gebeuren.

Wat wel onze troost is, is het woord van de Heere zelf. Wat Hij zegt is een gegronde geruststelling. Het zijn de allereerste woorden uit Jezus’ mond, nadat Hij is gekruisigd, gestorven en opgestaan. Dit is de boodschap voor u en voor mij vandaag, ondanks alle dreiging die er is.

We vieren weer Pasen, het feest van de opstanding. En het is goed dat te blijven doen, want we vergeten zo gemakkelijk door de rauwe werkelijkheid van het leven waarin de dood oppermachtig schijnt te zijn, dat we niet bang hoeven te zijn.

Jezus herinnert zijn gemeenten eraan wie Hij voor hen is. Jaren later, als van zijn discipelen alleen Johannes nog in leven is. Ergens op een eilandje, verbannen om het Woord van God en het getuigenis van Jezus Christus. Het gaat blijkbaar niet zo goed met de gelovigen Ze worden tegengewerkt en vervolgd.

Wees niet bang. Waarom niet? Nu, zo groet Johannes de lezers van het laatste Bijbelboek: Jezus is de Eerstgeborene uit de doden.

Genade zij u en vrede, van Hem die is en die was en die komt, en van de zeven Geesten, die voor zijn troon zijn, en van Jezus Christus, die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde, hem die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in zijn bloed.

De oplettende kerkganger zullen deze woorden bekend voorkomen. U hoort ze dikwijls aan het begin van de dienst. Maar hoort u ze nog echt als de woorden van Jezus zelf of zijn ze afgesleten, zoals de grafzerken waarover onze voeten gaan op weg naar ons plekje in de kerk?

Machtige woorden die ons heil spellen, die ons bewust maken van de nabijheid van Hem die leeft en ons kent. Genade en vrede! Wees niet bang!

De Eerstgeborene uit de doden… Jezus is opgestaan uit de dood. De dood die zo’n beslag op ons even legt. De dood waar je misschien vandaag nog wel mee te maken zal krijgen. De dood, die je toekomst zo onzeker maakt. Je kunt wel van alles plannen, willen en bedenken, maar niets is zeker, je hebt nog geen dag garantie! De dood die alles onzeker maakt, die je soms zo angstig kan maken, die je soms zo’n intens verdriet kan bezorgen. De dood die hechte banden verscheurt, die nooit verscheurd hadden mogen worden. De dood die al onze plannen en toekomstdromen onzeker maakt en al onze relaties en vreugden tot iets tijdelijks maakt. Die dood heeft sinds Pasen niet meer het laatste woord!

Jezus leeft en Hij regeert. Hij herinnert ons aan wat Hij deed en wie Hij voor ons is en moet blijven: de getrouwe Getuige en de Vorst van de koningen van de aarde. Hij heeft ons lief! Vergeet het nooit! Laat de kracht van zijn opstanding onze levenskracht zijn.

Ik denk dat Johannes er weinig van gezien heeft dat Jezus alle macht heeft op aarde, buiten de

visioenen om die hij kreeg. Ik denk dat hij de wereld van zijn tijd steeds duisterder zag worden. Is dat ook niet een treffende overeenkomst met de wereld zoals wij die nu beleven? Ik zie niet zoveel van Gods baanbrekende Koninkrijk. Maar met Gods genade kan ik het doen. Die is mij genoeg. Gewassen in het bloed van Christus heb ik vrede met God. En als ik dan ga sterven, dan hoef ik niet bang te zijn.

Want Jezus leeft!

Ds. G.J. Hiensch