Meditatie

Bethel

Met de Psalmen het nieuwe jaar in

Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters, maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt. Psalm 1: 1 en 2

Mijn goede voornemen voor 2017 is: met de Psalmen het jaar in.

De Psalmen. Zij zijn niet alleen oud, maar ook steeds weer nieuw. Gloednieuw, omdat ze Gods Woord zijn. In de klachten, de belijdenis van zonden, de dankzeggingen en aanbiddingen. Vooral ook omdat wij in de Psalmen onze Heere Jezus Christus vinden in zijn vernedering en verhoging. In de psalmen kijken wij Hem in het hart. Want wie heeft uit de psalmen geleefd zoals Hij?

Psalm 1 is een inleiding op het hele psalmboek. De korte inhoud is: er is een heilzame weg, waarop de rechtvaardige gaat èn een heilloze, waarop de goddeloze gaat. Twee wegen dus.

Hij begint met de heilzame weg: gelukzalig! Dit beginwoord prijst de mens gelukkig die zich niet overgeeft aan een leven waarin God geen plaats heeft. Het begin van Psalm 1 is een parallel met het begin van de Bergrede, waarin Jezus telkens het ‘zalig zijn zij die…’ uitspreekt. Dat wil zeggen: God begint met zijn volk te troosten. Zalig betekent: vol. Gelukzalig: vol van geluk. Dat spreekt ons wel aan. Want wij zoeken allemaal het geluk, het grote geluk. Maar wij moeten goed oppassen. Het geluk zijn wij kwijt en wat wij voor geluk verslijten is meestal niet het ware geluk. Wij hebben geen verstand meer van het geluk. Wat geluk is kan God alleen ons zeggen. En Hij zegt het ook!

Wie is volgens God vol van geluk? De man die drie dingen niet doet. Ten eerste wandelt hij niet in de raad van de goddelozen. De gesprekken van de mensen zonder God verafschuwt hij. Ten tweede staat hij niet op de weg van de zondaars. Hun denktrant en hun levenswijze is de zijne niet. Ten derde zit hij niet op de stoel van de spotters of de hoogmoedige mensen, die vanaf hun ingebeelde hoogte de mensen die anders zijn dan zij verachten.

Waarin bestaat nu het geluk? Dat blijkt uit vers 2: Je vreugde vinden in de wet van de HEERE. Uit vers 1 leren wij dat het christenleven kenmerkend onderscheiden is van het leven van mensen zonder God. God liefhebben is het kwade haten. Dat is heel praktisch. Is dat waar in ons leven? Is de zonde ons ongeluk geworden en kunt u in die denk- en leefsfeer niet meer ademen? Wie zijn onze vrienden en waarover gaan onze gesprekken ? Hoe is onze leef- en denktrant? Waar willen onze voeten, handen, ogen en oren naartoe?

Naast de drie ontkenningen staat het positieve, wat de rechtvaardige wel doet. Zijn vreugde is in de wet van de HEERE. Dat wil niet zeggen dat hij alles goed doet en dus volmaakt is. Weten wij er ook van dat we telkens weer in zonde vallen? Dat bedroeft ons. Het schept een kloof tussen God en ons hart. Maar toch kan het samen op gaan met de vreugde in Gods Wet.

Kan dat echt? Kan een mens die toch een zondaar is en blijft vreugde, plezier beleven aan Gods Wet? Staat die Wet niet dag en nacht voor ons in zijn veroordelende kracht: U zult niet? Zeker wel! Maar de wet is ook: onderwijzing, inzettingen, rechten, geboden. Het is het geheel van de wil van God, die laat zien wie Hij is. De wet betekent hier echter niet alleen de Tien Geboden, maar het geheel van Gods zelfopenbaring. Zijn daden, die spreken. Zijn beloften, die hoop geven. Zijn Evangelie. En daarin mogen we vreugde vinden. Want God is goed.

God openbaart zich als de God die spreekt. Hij spreekt van recht en oordeel, maar ook van genade en barmhartigheid. Dat geeft ons het stil vertrouwen dat God ons vergeven wil en vernieuwen. Met die verwachting stuurt Psalm 1 het nieuwe jaar in. Of beter gezegd: zo gaat deze Psalm met ons mee.

Vinden wij onze vreugde in Gods wet? Kennen wij de vreugde over het vermaak, in het omhelzen, prijzen en proeven van de Gods woorden? Zeker, dat gaat gepaard verdriet over onze zonde, onze leeghoofdigheid, onze vrome en goddeloze drukten. Maar dan hebben we één ding geleerd: In God is onze zaligheid. In God en nergens anders. Die God geweldig, omdat Hij de kloof van onze zonde dempt, zijn Geest geeft en ons leven leidt met vreugde in Hem. Wie zo leeft wordt een ander, nieuw mens.

En het gevolg daarvan? Hij overdenkt Gods wet dag en nacht. Dat woord betekent: murmelen, prevelen, mediteren, herkauwen, opeten. Zo groeit het geloof. Zo is het met de mens, die er vreugde in vindt. Hoe met de goddelozen? Zij zijn als kaf, licht als verdorde bladeren. Door de stormwind van het oordeel worden ze weggeblazen. Ontzettend! Deze weg is een doodlopende weg.

Psalm 1 laat ons de twee wegen zien en vraagt daarmee heel persoonlijk aan ons: Welke weg gaat u? welke weg ging u in 2016? Welke weg gaat u in 2017?

Laat Gods wet – de openbaring van zichzelf – u de weg wijzen.

Ds. G.J. Hiensch