Adventskrans

Rond de Cunerakerk

(foto volgt nog)

De inspiratie voor dit adventsstuk kwam bij het zingen van het lied Heilige Nacht.

Een sluier van angst en pijn lag op de volken”.
Dat wordt uitgebeeld door de jute drapering om de standaard en de lotusbloem bovenaan. Deze symboliseert bescherming en onthult geheimen. Nu is het nog een knop, maar diep verscholen in het hart gebeurt een wonder. God heeft een plan met de verloren wereld.

“Totdat Hij kwam en het kwaad overwon.
Nieuwe hoop is Hij ons komen brengen.
Stralend
breekt die heldere morgen aan”.
De nieuwe hoop wordt uitgebeeld door de slinger van verschillende soorten groen. Groen is de kleur van de hoop; klimop betekent onverbrekelijke trouw; ceder (conifeer en naaldboom) betekent onveranderlijk. In de slinger zitten ook appeltjes verwerkt als symbool voor de erfzonde. Daarin zijn we gelukkig allemaal hetzelfde. Niemand meer of minder zondig. Zo wilde ik uitbeelden dat we elkaar nodig hebben om te blijven hopen en verlangen. Hand in hand, ook als we het even niet meer weten. Allemaal mensen van hetzelfde vlees en bloed. Vandaar de vleeskleurige kaarsen. De wilgenkatjes heb ik verwerkt voor het speelse effect. Naast dat het een geneeskrachtige boom is staat de wilg ook voor dromen.

“Wat Hij ons leert is geven om een ander.
Liefde alleen is de weg die Hij wees.
En als Hij spreekt, verbreekt Hij alle banden.
Vrij van het juk van verdrukking en vrees.
Uit ons hart en dwars door onze tranen,
ontspringt een lied dat jubelt
door de tijd”.
Laten we met ons allen blijven hopen en dromen tot de jongste dag.

Allemaal een fijne voorbereidings-“Advent” toegewenst en gezegende Kerstdagen.
Mariëlle van Doorn